Ofcourse
home
roots
trainingen
approach
werkmodel
trainingen

medewerkers

teksten
info

UIT HET ZAKWOORDENBOEK VAN FACULTATIEF,
tijdschrift van de Faculteit voor Mens en Samenleving
 
Begeleiden | Begrijpen | Confrontatie
Fenomenologische grondhouding
| Volgen en sturen
VOLGEN EN STUREN
 
  Twee polen in de attitude en het gedrag van de begeleider

De dimensie volgen/sturen spint zich als een rode draad doorheen de begeleiding van cliënten. De begeleider dient zich op elk moment te positioneren t.a.v. dit gegeven.
Volgen betekent: ‘op hetzelfde pad gaan als iemand die voorgaat of voorging’ (van Dale). Andere betekenissen zijn: o.a. ‘de voortgang, de ontwikkeling bijhouden van (de gedachten van iemand); volle aandacht schenken aan’.
Verder doorgetrokken naar het experiëntieel begeleidingswerk staat volgen voor: op een ontvankelijke manier mij laten raken, mij laten meenemen, mijn hart laten open gaan, smelten.
Sturen betekent o.a.: ‘op de gewenste manier laten werken, bedienen; een bepaalde richting laten volgen, het stuur of roer bedienen’ (van Dale). Dit wil zeggen dat ik als begeleider bij de pinken ben, beweeglijk in mijn lijf zit, klaar om uit mijn startblokken te kunnen schieten. De begeleider hangt niet half in slaap achterover in zijn stoel maar is fris, scherp, levendig, alert. Sturen behelst de actieve beheersing van de omgeving.


MOEDEREN EN VADEREN

De dimensie volgen/sturen is ook als volgt te omschrijven. Enerzijds is er het bieden van geborgenheid en veiligheid, het receptieve luisteren, het accepteren van de cliënt zoals hij op dit moment is, het onbevooroordeeld volgen van het spoor van de cliënt, het wekken van vertrouwen. Anderzijds is er het aanbrengen van ordening, van structuur, het (kordaat) begrenzen, het aanbieden van kracht (waartegenover de cliënt zijn eigen kracht kan ontwikkelen), het geven van inzichten, het durven frustreren van de cliënt, het lef hebben om in het conflict te gaan staan. Deze aspecten in het begeleidingswerk worden traditioneel aangeduid als moederen en vaderen.


EVENWICHTSOEFENING

Sommige begeleiders zijn als persoon geneigd om eerder sturend tewerk te gaan, anderen neigen vooral naar het volgen van hun cliënt. Toch is een evenwicht tussen beide polen essentieel. Een begeleider dient bereid te zijn om zich aan te passen aan de cliënt én om invloed uit te oefenen op hem.
Die tweeledigheid moet er zijn. Om het iets poëtischer uit te drukken: als begeleider moet ik zowel een zacht wiegje als een scherp mes zijn. Of met een andere metafoor: een plant groeit het best wanneer de condities optimaal zijn. De begeleider geeft water, zet het plantje in de zon, voorziet het eventueel van meststoffen, en af en toe haalt hij zijn snoeischaar boven om in te grijpen in het groeiproces van de plant.
Het gaat hier over een dynamisch en steeds veranderend evenwicht tussen volgen en sturen. Als ik mijn cliënt volg, laat ik me sturen of leiden door mijn cliënt. In een goede wisselwerking zijn er ook momenten waarop ik zelf de leiding neem van het gesprek, waardoor de cliënt in de volgende positie terechtkomt.
De creatieve evenwichtsoefening bestaat erin dat ik niet verval in het complementaire gedrag waartoe ik uitgenodigd word: bijna uitsluitend volgen bij dominante cliënten, en bijna uitsluitend sturen bij afhankelijke, passieve cliënten.


Zoals bij een geboorteproces: volgen heeft voorrang, alleen ingrijpen bij storingen

In deze dialectiek van volgen/sturen is er een absolute basisregel die zegt dat volgen voorrang heeft. Vergelijk het met een geboorteproces: in een natuurlijk verlopend proces dient er niet te worden ingegrepen. Wat de cliënt zelf kan, pak ik als begeleider niet af. De begeleider dient de macht bij de cliënt te laten. Hij spiegelt veel van wat er gebeurt, herneemt de essentie, neemt vooral dat stukje van het gesprek terug waar meer leven en energie in zit, hij geeft vertrouwen en moedigt zijn cliënt op die manier ook aan.
De begeleider heeft overigens geen controle of zelfs verantwoordelijkheid over het soort kindje dat uit dit proces geboren wordt. Hij is wel verantwoordelijk voor de condities waarin geboortes verlopen.
Soms moet er in die condities bijgestuurd worden. Dat kan door te evoceren wat nog niet gebeurt: het stellen van vragen, het geven van instructies of suggesties. Eén van de basisregels in het experiëntieel werken met mensen is: storingen hebben voorrang.
De begeleider zal dan (even) het stuur in handen nemen. Voorbeelden van situaties waarin de begeleider de condities moet (helpen) aanpassen:

  • De relatie tussen de cliënt en de begeleider is niet gunstig. De begeleider kan dit als thema op de agenda zetten, en deze relatie met zijn cliënt bespreken.
  • De cliënt heeft geen contact met zijn lichamelijk aanvoelen van hetgeen hij aan het vertellen is. De begeleider zal hem (al dan niet met instructies) helpen meer bij zijn lichamelijk gewaarworden te komen.
  • Sturen kan soms betekenen: helpen hevige emoties op afstand te plaatsen wanneer de cliënt er dreigt door overspoeld te raken. In het zoeken naar de juiste positie (zie ook Focusing) kan de begeleider inschatten dat zijn cliënt zich op een te grote afstand van zijn belevingswereld bevindt, en kan hem provoceren door de tegenpool op te roepen: “kan je zeggen: ik voel mij helemaal goed zoals het nu is?”

TEVEEL MAAKT AFHANKELIJK

Beide ingrediënten moeten goed gedoseerd worden, telkens opnieuw.
Teveel empathisch en receptief volgen werkt verstikkend en verlammend. Bovendien wordt de cliënt afhankelijk gemaakt van de begeleider, terwijl het doel van begeleidingswerk is om de cliënt zo snel mogelijk terug op eigen benen te laten lopen. Alleen maar moederen werkt fusie in de hand, de cliënt verliest er zijn kracht in, en de begeleider stelt zich erg bloot aan het besmettingsgevaar dat uitgaat van het werken met mensen met moeilijkheden. Soms glijdt een begeleider dan af naar een machteloos volgen zonder dat er nog wezenlijk iets gebeurt.
Teveel het stuur in handen nemen leidt ook tot afhankelijkheid bij de cliënt die de indruk krijgt dat de begeleider wel raad zal weten als hij (de cliënt) het (weer) niet meer ziet zitten. Het is belangrijk dat de cliënt snel leert het stuur van zijn leven terug in handen te nemen. Een begeleider die teveel stuurt, eigent zich teveel macht toe, meer dan hem toekomt. Zo dreigt het risico op manipulatie of machtsmisbruik.


SAMENGEVAT

Volgen én sturen zijn noodzakelijke ingrediënten van experiëntieel begeleidingswerk. Een creatieve wisselwerking tussen beide is aangewezen.
Volgen heeft steeds voorrang en staat voor: het receptief beschikbaar zijn voor de cliënt en bereid zijn een heel eind op zijn weg mee te gaan. Sturen staat voor: ingrijpen in het proces van de cliënt wanneer de begeleider dat noodzakelijk acht. Het stuur overnemen dient beperkt in de tijd te zijn.
Teveel van één van beide ingrediënten leidt tot afhankelijkheid van de cliënt. Teveel volgen geeft bovendien aanleiding tot het installeren van een fusionele band, en tot besmettingsgevaar voor de begeleider. Teveel sturen zet de deur open voor manipulatie en machtsmisbruik door de begeleider.


Claude Missiaen